Dissertatieprijzen

De Stichting Praemium Erasmianum kent dissertatieprijzen toe voor bijzondere dissertaties op het gebied van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. De Dissertatieprijs bestaat uit een bedrag van € 3.000 en een oorkonde.

Sinds 1988 verleent de Stichting Praemium Erasmianum jaarlijks dissertatieprijzen. Maximaal vijf prijzen worden toegekend aan jonge onderzoekers in de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen die een proefschrift van bijzonder hoge kwaliteit hebben verdedigd aan een Nederlandse universiteit. Aan de betreffende faculteiten wordt gevraagd kandidaten te nomineren. De Dissertatieprijzen 2019 worden uitgereikt op donderdag 16 mei 2019 in de KNAW. Belangstellenden voor de prijsuitreiking kunnen zich aanmelden via deze link.

Naam:
Otto F. Boele
Jaar:
1996
Dissertatie:
The North in Russian Romantic Literature

Dit proefschrift gaat niet zozeer over het vraagstuk van literaire ontlening en beïnvloeding, alswel over de functie van het Noorden als ruimtelijk-ideologisch oriëntatiepunt voor de Russische nationale identiteit. De auteur realiseert hiermee een eigen inbreng in het lopende debat van de Noord-Zuid-as in de Russische cultuur. In de tweede helft van de achttiende eeuw wordt Europa in Rusland gezien als het beloofde land van wetenschap en beschaving. De stichting van St. Petersburg is een voorbeeld van een geo-politieke oriëntatie op het noordwesten die tevens zijn weerslag vindt in literaire thema's. Deze idealisering en wellicht ideologisering bereikt tegen 1813 een hoogtepunt, dat echter met de confrontatie met het Napoleontische Frankrijk omslaat in scepticisme. Dr Boele heeft dit type van veranderingen in de literatuur ook verder in de negentiende eeuw gevolgd. Een van de meest opmerkelijke en briljante hoofdstukken handelt over het romantische cliché van noordelijke en zuidelijke vrouwen en de ontwikkeling van het ideaalbeeld van de vrouw in de Russische cultuur van de negentiende eeuw.

Voordracht: Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit der Letteren
Promotor: Prof. dr J.J. van Baak