Dissertatieprijzen

De Stichting Praemium Erasmianum kent dissertatieprijzen toe voor bijzondere dissertaties op het gebied van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. De Dissertatieprijs bestaat uit een bedrag van € 3.000 en een oorkonde.

Sinds 1988 verleent de Stichting Praemium Erasmianum jaarlijks dissertatieprijzen. Maximaal vijf prijzen worden toegekend aan jonge onderzoekers in de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen die een proefschrift van bijzonder hoge kwaliteit hebben verdedigd aan een Nederlandse universiteit. Aan de betreffende faculteiten wordt gevraagd kandidaten te nomineren. De Dissertatieprijzen 2019 worden uitgereikt op donderdag 16 mei 2019 in de KNAW. Belangstellenden voor de prijsuitreiking kunnen zich aanmelden via deze link.

Naam:
Remco van Rhee
Jaar:
1997
Dissertatie:
Litigation and legislation. Civil procedure at first instance in the Great Council for the Netherlands in Malines (1522-1559)

Dit proefschrift is een voortreffelijke historische studie, die nieuw licht werpt op de procedure voor de Grote Raad van Mechelen in de periode 1522-1559. Bovendien is het boek ook interessant vanwege de toets waaraan de schrijver de oude procedure onderwerpt: het is de toets aan moderne beginselen van het procesrecht, zoals deze ondermeer zijn neergelegd in de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens. Het begin en het einde van de onderzoeksperiode worden gevormd door de jaren waarin twee belangrijke ordonnanties werden afgekondigd over de organisatie van de Grote Raad en zijn procedure. Nochtans omvat het onderzoek niet louter deze twee ordonnanties, maar tevens de documenten betreffende de procedure die in het archief van de Grote Raad in het Algemeen Rijksarchief te Brussel worden bewaard. Het doel van het onderzoek is dan ook de procesgang, zoals die in de praktijk bij de Grote Raad werd vormgegeven, te reconstrueren. De in dit boek verzamelde gegevens zijn zowel voor juristen als voor historici van belang. Immers, informatie omtrent de geschiedenis van veel thans nog bestaande procesrechtelijke figuren is in deze studie samengebracht. Aan de rechtshistoricus worden gegevens omtrent de toepassing van een op het Romeins-canonieke procesrecht geïnspireerde procesgang gepresenteerd, terwijl de historicus in staat wordt gesteld op accurate wijze de merites te beoordelen van door dr. Van Rhee aan het archief van de Grote Raad ontleende, juridische en niet-juridische gegevens.

Voordracht: Rijksuniversiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Promotor: Prof. dr. A.A. Wijffels