Dissertatieprijzen

De Stichting Praemium Erasmianum kent dissertatieprijzen toe voor bijzondere dissertaties op het gebied van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. De Dissertatieprijs bestaat uit een bedrag van € 3.000 en een oorkonde.

Sinds 1988 verleent de Stichting Praemium Erasmianum jaarlijks dissertatieprijzen. Maximaal vijf prijzen worden toegekend aan jonge onderzoekers in de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen die een proefschrift van bijzonder hoge kwaliteit hebben verdedigd aan een Nederlandse universiteit. Aan de betreffende faculteiten wordt gevraagd kandidaten te nomineren. De Dissertatieprijzen 2019 worden uitgereikt op donderdag 16 mei 2019 in de KNAW. Belangstellenden voor de prijsuitreiking kunnen zich aanmelden via deze link.

Naam:
Dilek Kurban
Jaar:
2019
Dissertatie:
The Limits of Transnational Justice: The European Court of Human Rights, Turkey and the Kurdish Conflict.

Promotoren: Prof. dr. Bruno de Witte & Prof. dr. Monica Claes
Voordracht: Maastricht University, Faculteit Rechtsgeleerdheid (Internationaal Recht)

Overwegingen van de selectiecommissie:
Dit proefschrift verdient volgens de jury het Engelse predicaat “bold”. “Bold” in het Engels omdat dat woord meerdere Nederlandse woorden in zich draagt: dapper, stoutmoedig, doortastend en gewaagd. Aan de orde is de belangrijke vraag wat een internationaal orgaan als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) vermag als het er echt om spant. Niet veel is de sombere conclusie. ‘Van onderop’ wordt bestudeerd hoe Koerdische activisten er vanaf de jaren ’90 toe zijn gekomen zich over hun benarde positie tot het Straatsburgse Hof te wenden, hoe het Hof op deze klachten heeft gereageerd, en welke effecten de talloze veroordelingen hebben gesorteerd. In een autoritair geleide staat als Turkije is dat uiteindelijk niet zoveel, zo constateert de auteur. Het gangbare beeld van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens als een succesverhaal moet hiermee worden bijgesteld.
Het ‘bottom up’ perspectief waarbij percepties en strategieën van Koerdische advocaten en activisten op indringende wijze worden beschreven – in combinatie met een scherpe analyse van de secundaire bronnen, maken dit een origineel boek dat verder reikt dan de ‘case study’ van de positie van de Koerden alleen. De auteur zet haar voelbare verontwaardiging over de vraag hoe het mogelijk is dat de staatsrepressie en het geweld tegen Koerden in Turkije, na bijna 25 jaar aanhoudende geschillen, processen een meerdere schendingen nog immer voortduurt, om in een haarscherp, niets verhullend betoog.
De jury roemt Kurbans voortvarende, niets ontziende schrijfstijl, en vindt het bijzonder dat het activistische karakter van dit poefschrift heeft uitgemond in een uitmuntend wetenschappelijk werk. Die combinatie dwingt respect af.