Oud-prijswinnaars

Barbara Ehrenreich

2018

Inleiding

De Erasmusprijs viert dit jaar haar 60-jarig jubileum met het thema ‘De Kracht van Onderzoeksjournalistiek’. De onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek staat onder druk – o.a. door dalende oplagecijfers, door ontlezing en door groeiende concurrentie van nieuwe media. Bovendien liggen journalisten zelf steeds meer onder vuur. Juist de diepgravende, tijdrovende onderzoeksjournalistiek is daardoor in het gedrang geraakt. Tegelijkertijd is goede journalistiek, als correctiemechanisme dat de macht controleert, in een democratie van vitaal belang. Onderzoeksjournalistiek is een vorm van waarheidsvinding die steun behoeft. Om hier aandacht voor te vragen, heeft het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum dit onderwerp voor haar jubileumjaar gekozen.

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich (1941). Barbara Ehrenreich wordt geprezen om haar moed om zichzelf in de strijd te werpen in haar journalistieke werk. Door zelf het leven te leiden van mensen in precaire situaties, geeft zij een stem aan groepen die anders niet gehoord worden. Zij laat ons zo de wereld zien door andere ogen. Als journalist gebruikt zij verschillende disciplines: zij combineert een wetenschappelijk analytische methode met een literaire stijl, en haar scherpe pen is doordrenkt van droge humor. Zij is een belangrijke stem in het actuele debat rond waarheidsvinding, en een voorvechter van kritisch denken en fact finding. Zij brengt statistische gegevens – bijvoorbeeld over het leven aan de onderkant van de arbeidsmarkt – tot leven, met empathie en sociaal engagement als drijfveer. Daarmee belichaamt zij het Erasmiaanse gedachtegoed dat de Stichting wil uitdragen.

Speech Zijne Majesteit de Koning

Lees het openingswoord van Koning Willem-Alexander als Regent van de Stichting Praemium Erasmianum, t.g.v. zestig jaar Erasmusprijs, uitgesproken in Koninklijk Paleis Amsterdam, hier:

Het Koninklijk Huis - Openingswoord Zijne Majesteit de Koning

 

 

Gronden van Verlening

Article 2 of the Constitution of the Praemium Erasmianum Foundation reads as follows: “Within the context of the cultural traditions of Europe in general and the ideas of Erasmus in particular, the aim of the Foundation is to enhance the position of the humanities, the social sciences and the arts. The emphasis lies on tolerance, cultural diversity and non-dogmatic, critical thinking. The Foundation tries to achieve this aim by awarding prizes and by organizing events that draw attention to the work and vision of the laureates. A cash prize is awarded under the name of ‘Erasmus Prize’.” In accordance with this article, the Board of the Foundation has decided to award the Erasmus Prize 2018 to the American writer and journalist Barbara Ehrenreich.
The Prize is awarded to her on the following grounds:

As a pioneer in the genre of immersive journalism, she is commended for her courage in putting herself on the line in her journalistic work. By leading the life of people in precarious situations and reporting on what she calls ‘a world apart’ in a most lucid and penetrating way, she brings to the fore the concerns of groups in society whose voices would otherwise remain unheard.

As a writer, Ehrenreich unites scientific analysis with literary elegance and a sobering sense of humor. Her ability to give life to what would otherwise remain cold statistics, opens our eyes in a most thought-provoking manner.

Whether dealing with the labor market, the healthcare system or the fragility of the middle class, she shows how myth making and positive thinking divert us from reality. In her work she points out that such an approach reduces structural societal problems to being the result of individual shortcomings. This message is also becoming ever more relevant in today’s Europe.

She proves to be an inspiration to other journalists in both content and method. Having created the tools for future generations of journalists, she has also actively committed herself to mentoring and supporting them by founding her ‘Economic Hardship Reporting Project’.

Ehrenreich proves to be an advocate of critical thinking and fact-finding, at the same time motivated by empathy and social activism. She thus embodies the Erasmian ideals championed by the Foundation.

Laudatio

Majesteiten, Koninklijke Hoogheid, Excellenties, dames en heren,

Op maandag 1 mei 2006 beroofde Timothy J. Bowers een bank in Columbus, Ohio. Hij maakte 80 dollar buit, overhandigde het geld aan een beveiliger en wachtte rustig tot de politie zou komen om hem te arresteren. In de rechtszaal bekende hij meteen zijn schuld en vroeg hij de rechter of die hem wilde veroordelen tot een gevangenisstraf van drie jaar – precies de tijd die hij nodig had voor hij recht had op een pensioen. Timothy Bowers was 65 jaar, hij was te oud voor een arbeidsmarkt die op jonge, goedkope krachten is gericht en hij was te jong om aanspraak te maken op de steun van de staat.

Timothy Bowers wordt opgevoerd door Barbara Ehrenreich in haar boek This Land is Their Land. Reports from a Divided Nation, waarbij ze er ook fijntjes op wijst dat hij lang niet de enige is die de gevangenis als oplossing voor armoede heeft gekozen: de overgrote meerderheid van de Amerikaanse gevangenen behoort tot de laagste inkomensgroepen.

Zo’n anekdote over een man die het cachot als vluchtroute voor zijn armoede ziet, is typerend voor Ehrenreich. Ze richt zich in haar werk niet alleen op mensen die aan de onderkant van de samenleving leven, ze heeft ook een scherp oog voor de absurditeiten waar armoede toe leidt.

Voor haar journalistieke meesterwerk Nickel & Dimed. On (Not) Getting By in America stortte ze zich in de wereld van de werkende armen. Ze deed zich voor als gescheiden huismoeder zonder opleiding en werkervaring en probeerde maanden te leven van ongeschoold werk. Ze was zo serveerster en kamermeisje in Florida, schoonmaakster en verpleeghuishulp in Maine, en werkte bij de Walmart in Minnesota.

Ze kwam al snel tot de absurde conclusie dat je heel wat geld nodig hebt om arm te zijn: het is vrijwel onmogelijk een huis te huren als je onvoldoende geld verdient voor de borg en de inleg van een extra maand huur; en als je dan noodgedwongen in een goedkoop motel woont, lukt het niet om gezond en betaalbaar te eten omdat je er niet kunt koken. Omdat je van één laagbetaalde baan doorgaans niet kan leven, waren haar collega’s vaak banenstapelaars. En trouwens, stelde Ehrenreich, zelf gepromoveerd biochemicus, zoiets als ongeschoold werk bestaat niet – ook dat vraagt om grote praktische vaardigheden.

Barbara Ehrenreich toont in haar werk waar onderzoeksjournalistiek – het thema van de Erasmusprijs dit jaar – toe in staat is. Onderzoeksjournalistiek vraagt aandacht voor nog ongekende werkelijkheden en misstanden, maakt het onzichtbare zichtbaar. Daarmee vormt ze een correctie op de werkelijkheid die door de macht wordt uitgedragen, is ze een onontbeerlijke tegenmacht. Die tegenmacht kan ze vormen door het volgen van geldstromen en het onthullen van (financiële) schandalen, maar ook door meer sociale onderzoeksjournalistiek via diepgaande reportages. Zoals Ehrenreich deed in haar boek Nickel & Dimed, maar ook in Bait and Switch. The (Futile) Pursuit of the American Dream, waarin ze als werkzoekende liet zien hoe penibel de situatie van de middenklasse kan zijn. Een groep die wel over de juiste papieren beschikt, veelal een kantoorbaan heeft, maar bij fusies en overnames genadeloos kan worden afgevoerd.

Beide lange reportages zijn een mooi voorbeeld van onderzoeksjournalistiek waarbij ook de methode wordt blootgelegd. Ehrenreich gaat daarbij te werk als een soort empirisch journalist, ze dompelt zich onder in een onbekende wereld en gooit zichzelf daarbij in de strijd. Het is een manier om, zoals ze het zelf noemt, ‘a world apart’ niet alleen zichtbaar maar ook voelbaar te maken. Het is wat nu ook wel immersive journalism wordt genoemd: iets diepgaand ondergaan als journalist en daarvan verslag doen. Of zoals ze zelf ooit zei: ‘Affluent people can read it and have me as a guide. They’re looking through my eyes.’ Barbara Ehrenreich is de grand old lady van dit genre en heeft daarin veel navolging gekregen.

Ehrenreich heeft een indrukwekkend oeuvre op haar naam staan van ruim twintig boeken en een groot aantal journalistieke publicaties in uiteenlopende media als The Nation, Harper’s Bazaar, The Atlantic, The New York Times, The Guardian en Time Magazine. Als er een rode lijn in haar veelzijdige werk aangebracht zou moeten worden, dan zou dat de bedrieglijkheid van de Amerikaanse droom zijn. Niet voor niets noemde zij zichzelf ‘a myth buster by trade’, iemand die mythen doorprikt als beroep.

Of het nu om de arbeidsmarkt gaat, de gezondheidszorg of de fragiliteit van de middenklasse: telkens laat Ehrenreich zien dat het meritocratische ideaal dat de Amerikaanse droom behelst een fictie is die mensen vooral op zichzelf terugwerpt. In haar boek Smile or Die: How Positive Thinking Fooled America & The World, dat opnieuw een persoonlijke inslag heeft, schetst ze een hilarisch en snijdend beeld van de roze en infantiele wereld waar je in terecht komt als je borstkanker hebt. Maar alle roze lintjes en teddyberen spiegelen patiënten een vals idee voor: alsof kanker en andere rampspoed ‘overwonnen’ kan worden door positief te denken. Met als implicatie dat je als je níet geneest je niet optimistisch genoeg bent geweest. De wetenschapper Ehrenreich weet dat de ellende van kanker zich afspeelt op celniveau. En dat genezing of ziek blijven slechts het gevolg is van geluk of domme pech. De Amerikaanse droom en het dogma van het positieve denken, het zijn allebei mythen die problemen individualiseren in plaats van de structurele oorzaken ervan aan te wijzen.

Barbara Ehrenreich is niet alleen een veelzijdige schrijfster, ze heeft ook een fijnzinnige ironische pen. Ze is empathisch maar ook buitengewoon geestig. Haar journalistiek gaat daarbij altijd hand in hand met scherpzinnige, zo niet provocatieve analyses. Zoals de volgende: ‘When someone works for less pay than she can live on (...) she has made a great sacrifice for you. The "working poor" (...) are in fact the major philanthropists of our society. They neglect their own children so that the children of others will be cared for; they live in substandard housing so that other homes will be shiny and perfect; they endure privation so that inflation will be low and stock prices high. To be a member of the working poor is to be an anonymous donor, a nameless benefactor, to everyone.’

Bovenal is haar voortdurende maatschappelijke engagement bewonderenswaardig. Ehrenreich schreef al over de groeiende kloof tussen arm en rijk, over werkende armen en over de angst van de middenklasse om uit haar comfortabele bestaan te vallen toen dat nog nauwelijks politieke thema’s waren. Ze maakte daadwerkelijk het onzichtbare zichtbaar. En daar zet ze zich nog steeds voor in, de laatste jaren in het mede door haar opgerichte Economic Hardship Reporting Project. Daarbij helpt ze jonge journalisten, die niet zelden zelf in precaire omstandigheden verkeren, om hun verhaal te vertellen en het te slijten aan gerenommeerde media.

Barbara Ehrenreich, met uw moed om uzelf in de strijd te werpen, uw niet aflatende nieuwsgierigheid voor het onbekende, uw medeleven met de ‘gewone’ mensen over wie u schrijft en de scherpe inzichten die u formuleert, staat u voor de waarden van Erasmus. Het is mij dan ook een eer u namens de Stichting te feliciteren met de toekenning van de Erasmusprijs.

Uitgesproken door Xandra Schutte, namens het Bestuur, 27 november 2018

Dankwoord

Majesteiten, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren,

Wow. Amsterdam is voor een Amerikaan totaal desoriënterend. Ik ben hier nu al meer dan een week en ik heb nog geen vuurwapen horen afgaan. Zelfs zeer hooggeplaatste personen, zoals de koning en de koningin, zijn warm en hartelijk. Toen ik in verband met deze prijs dit voorjaar de Nederlandse ambassadeur in de Verenigde Staten ontmoette, was die zo gewoon en gezellig dat ik zijn geloofsbrieven haast in twijfel was gaan trekken.

En nu dit. Het lijkt wel alsof ik in een sprookje ben beland. We zijn in het koninklijk paleis! Bij de koning en de koningin! En nog wel samen met iedereen van wie ik houd en alle mensen die me jarenlang hebben gesteund en geïnspireerd! Heel veel dank aan het hele Nederlandse volk, niet alleen voor de Erasmusprijs, maar ook voor dit onvergetelijke moment!

Natuurlijk zeg ik allemaal aardige dingen over Nederland in de hoop dat u me als vluchteling wilt opnemen, mocht het nodig zijn. En niet alleen mij, maar ook mijn familie en vrienden.

Wat in dit land voor een Amerikaan vreemd, zelfs exotisch aandoet, is dat de enorme klassenverschillen die in mijn land bijna overal in het oog springen hier niet lijken te bestaan. Misschien ontstaat hier uiteindelijk dezelfde ongelijkheid als in mijn eigen land – in de meeste geïndustrialiseerde landen gaat het die kant op – maar de Nederlandse welvaartsstaat is althans nu nog sterk genoeg om dat te voorkomen. In de Verenigde Staten daarentegen hebben we vrijwel geen welvaartsstaat meer voor de bescherming van de armen en degenen die er financieel op achteruit gaan, en de gevolgen daarvan vallen zelfs de toeristen op.

Neem nu Manhattan, dat ooit zo mooie eiland dat de Nederlanders volgens de overlevering voor vierentwintig dollar van de indianen hebben gekocht – een onroerendgoedtransactie waarvoor zelfs Trump zijn pet zou afnemen. Tegenwoordig kost grond op Manhattan rond de duizend dollar per vierkante decimeter, dus voor vierentwintig dollar zou je nog geen vierkante centimeter kunnen kopen.

Een van de trieste gevolgen van die vastgoedprijzen is dat alleen de allerrijksten een appartement kunnen betalen op de bovenste verdiepingen, waar je de zon nog kunt zien. Tegenwoordig loop je in Manhattan op straat altijd in de schaduw van de wolkenkrabbers waar Amerikaanse – en Russische en Chinese – miljardairs wonen. Je loopt in de schaduw van de leegstaande appartementen van de allerrijksten, want iemand die zes, zeven huizen heeft, zal nooit lang achter elkaar op één adres zijn.

Zelf heb ik lang in die schaduw geleefd. Ik ben in betrekkelijke armoede in een arbeidersgezin in Montana opgegroeid en ik heb het een groot deel van mijn volwassen leven financieel moeilijk gehad, deels doordat ik ervoor had gekozen schrijver en journalist te worden. Dat leek goed bij me te passen, want van huis uit ben ik wetenschapper en als journalist heb je hetzelfde doel: de waarheid vinden en die onder de aandacht van de mensen brengen.

In het begin van mijn carrière verdiende ik genoeg om mijn gezin te onderhouden, al was het op heel bescheiden voet. Maar in het begin van de jaren negentig begon dat te veranderen. Kranten en andere nieuwsmedia werden overgenomen door grote bedrijven die alleen in winst waren geïnteresseerd. Er vielen ontslagen, ook onder de journalisten, en bladen en kranten die – althans volgens de normen van de nieuwe eigenaren – niet genoeg opbrachten, werden opgeheven, met als gevolg dat schrijvende journalisten niet meer behoorlijk – of zelfs helemaal niet – werden betaald.

Wat het nog erger maakte was dat ik vaak over armoede schreef – over alle mensen die buiten de enorme rijkdom van Amerika vallen, die van een loontje van rond de tien dollar per uur kinderen moeten grootbrengen en exorbitante huren en ziektekostenpremies moeten opbrengen. Dat is in mijn ogen zo oneerlijk en zo gemakkelijk te verhelpen. Waarom zouden de daklozen bijvoorbeeld niet zolang in die leegstaande penthouses in Manhattan mogen wonen terwijl de superrijke eigenaren in Londen of in het Caraïbisch gebied zitten?

Maar dat wilden de superrijke nieuwe eigenaren van de mediaconcerns natuurlijk niet horen. De vraag naar het soort artikelen dat ik schrijf nam af. Hoofdredacteuren drongen erop aan dat ik minder over economische ongelijkheid schreef en meer over ‘vrouwelijke’ onderwerpen, zoals de kledingsmaak van de first lady en het geheim achter het succes van vrouwelijke ceo’s. Ik kon niet meer van de journalistiek leven en moest andere manieren bedenken om aan de kost te komen.

Wat erger was: ik wist niet of mijn werk wel effect had. In de jaren tachtig was ik met conventionele journalistiek begonnen: mensen interviewen en hun verhaal publiceren. Dat was mijn manier om het vooroordeel door te prikken dat arme mensen alleen arm zijn omdat ze niet anders willen – ze spannen zich niet in of ze zijn onderweg ergens vergeten een opleiding te volgen zodat ze goed betaald werk konden krijgen.

Ik kreeg wat lof toegezwaaid omdat ik ‘de stemlozen een stem gaf’, maar verbetering bleef uit. Het werd zelfs alleen maar erger. De lonen werden steeds ontoereikender ten opzichte van de kosten van het levensonderhoud, de verzorgingsstaat werd afgebroken, de vakbonden werden zwakker.

Ik besloot dus om een tandje bij te zetten en ‘participerende onderzoeksjournalistiek’ te proberen, zoals de Duitse journalist Gunter Wallraff (van wie ik toen nog nooit had gehoord), die undercover ging om verslag te doen van het leven van Turkse gastarbeiders. Ik liet mijn huis achter en ging op zoek naar de goedkoopste huisvesting en de best betaalde baantjes die ik kon vinden – serveerster, medewerker civiele dienst in een hotel, schoonmaakster, verpleeghulp, supermarktmedewerker bij WalMart. Die baantjes zocht ik niet opzettelijk op. Ze kozen mij uit. Ander werk kon ik niet krijgen zonder mijn echte beroepskwalificaties in te zetten. (Niet dat die zouden hebben geholpen, want ik heb nog nooit een personeelsadvertentie voor een politiek essayist gezien en zeker niet voor een sarcastische feministische politiek essayist.)

Tot mijn stomme verbijstering werd het boek dat ik over mijn ervaringen schreef een bestseller en versterkte het de bestaande beweging die streefde naar hogere lonen. Tot mijn nog grotere verbijstering werd ik door veel mensen geprezen omdat het zo moedig was wat ik had gedaan – waarop ik alleen maar kon zeggen: Miljoenen mensen doen elke dag van hun leven dat soort werk – zijn zij je dan nooit opgevallen?

Ook leerde ik een heel belangrijke les: ik zal iemands werk nooit meer als ‘ongeschoolde arbeid’ omschrijven. Ik heb door schade en schande geleerd dat je voor alle soorten werk kunde, intelligentie en concentratie nodig hebt – en dienovereenkomstig hoort te worden betaald.

Nu zit ik in de derde en laatste fase van mijn persoonlijke campagne voor sociale rechtvaardigheid. Zes jaar geleden bedacht ik dat mensen die in armoede (of op het bestaansminimum) leven niemand nodig hebben om ze ‘een stem te geven’. Ze hébben al een stem en ze weten heel goed wat ze willen zeggen. Ze hebben alleen wat hulp en ondersteuning nodig om het op te schrijven en het gepubliceerd te krijgen.

Om dat te bereiken heb ik het Economic Hardship Reporting Project opgericht. In de zes jaar dat we nu bestaan hebben we bij filantropen fondsen ingezameld om meer dan honderd mensen te ondersteunen – fabrieksarbeiders, schoonmakers en veel journalisten die niet meer van hun werk konden leven.

We hebben een paar levens een andere wending kunnen geven. We hebben de aandacht gevestigd op onderwerpen waar nooit iemand bij stilstond – zoals de handel in bloedplasma, waarbij arme mensen geld kunnen verdienen met het geven van bloed, wat bijzonder slecht voor hun gezondheid is. Het groeiende aantal kinderopvangcentra dat vierentwintig uur per etmaal open is omdat de ouders bijna dag en nacht moeten werken. Dakloze Amerikanen die het hele jaar door in tenten bivakkeren. De epidemie aan zelfmoorden onder Amerikaanse boeren.

We zijn heel trots op ons werk. Sommige van onze mensen hebben er prijzen voor ontvangen. Ze hebben allemaal hun werk in veelgelezen publicaties zien verschijnen. Een paar hebben een contract voor een boek of een betaalde baan gekregen. We denken graag dat ons werk vruchten afwerpt.

En misschien is dat ook zo. Maar in vergelijking met het vele wat er nog moet gebeuren is het een druppel op een gloeiende plaat. Zo gaat het al mijn hele werkzame leven als journalist: je probeert voortdurend de aandacht te vestigen op alles wat er werkelijk aan de hand is, op het onnodige leed in de wereld. Meestal mislukt dat. Je kunt de wereld niet veranderen. Soms word je voor je werk niet eens betaald.

Maar heel af en toe, een enkele keer, krijg je erkenning en applaus voor wat je probeert te bereiken. Dit is zo’n moment – en niet alleen voor mij. Dit is een aanmoediging, een aansporing om me nog meer in te zetten voor een eerlijke, rechtvaardige samenleving. Dat geldt ook voor mijn vele vrienden, collega’s en dierbaren. Ik dank u namens hen allemaal.


Vertaling: Gerda Baardman

 

 

 

 

Biografie

Barbara Ehrenreich (1941) is een pionier in het genre participerende onderzoeksjournalistiek. Zij brak internationaal door met haar boek Nickel and Dimed: On (Not) Getting By in America in 2001, waarvoor ze maandenlang probeerde rond te komen van de opbrengst van zogenaamd ‘ongeschoold werk’. Deze vorm van immersion journalism, zoals het nu wel wordt genoemd, gebruikte zij ook in later werk, waarin zij de obstakels voor de Amerikaanse middenklasse beschreef bij het opklimmen van de maatschappelijke ladder. Zij heeft een indrukwekkend oeuvre van artikelen en boeken op haar naam staan. Een rode lijn in haar werk is de bedrieglijkheid (mythe) van de Amerikaanse droom. Terugkerende thema’s zijn: de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, armoede en de positie van vrouwen. Het zijn thema’s die alleen maar aan actualiteit hebben gewonnen. Tot haar belangrijkste werken behoren: Nickel and Dimed, On (Not) Getting By in America (2001); Bait and Switch, the (futile) Pursuit of the American Dream (2005), over de keerzijde van de Amerikaanse droom; en Smile or Die (2009), over de gevaren van positive thinking ten koste van onder andere goede gezondheidszorg. Haar laatste boek Natural Causes (2018), vertaald als ‘Oud genoeg om dood te gaan’ beschrijft de zinloze weerstand tegen het ouder worden. Door haar onderwerpkeuze en werkwijze vormt zij een inspirerend voorbeeld voor journalisten wereldwijd.

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich

De Erasmusprijs 2018 is toegekend aan de Amerikaanse journaliste en schrijfster Barbara Ehrenreich