| 2004: SADIK AL-AZM, FATEMA MERNISSI, ABDULKARIM SOROUSH
Uitreiking Erasmusprijs aan Sadik Al-Azm, Fatema Mernissi, Abdulkarim Soroush Amsterdam, 4 november 2004.

Laudatio
Laudatio Erasmusprijs 2004, op 4 november 2004 uitgesproken door Dr A.H.G. Rinnooy Kan uit naam van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum.
Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,
Volgens de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum wordt de Erasmusprijs verleend aan individuen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van de humaniora, sociale wetenschappen en de kunsten. De regent van onze organisatie - ZKH Prins Bernhard van de Nederlanden - heeft de beslissing van het bestuur van de Stichting om de prijs dit jaar toe te kennen aan prof. Sadik al-Azm (Syrië), prof. Fatema Mernissi (Marokko) en prof. Abdulkarim Soroush (Iran) bekrachtigd. Zij delen de prijs als blijk van waardering voor hun bijdragen aan het maatschappelijke en academische debat over het thema Godsdienst en Moderniteit. Het is mij een genoegen om de drie laureaten hier toe te spreken, uit naam van onze Regent ZKH Prins Bernhard.
Godsdienst en Moderniteit is het thema dat gekozen is voor de Erasmusprijs 2004. In het debat wordt de vraag opgeworpen wat de positie is van godsdienst met betrekking tot moderniseringsprocesen in de samenleving. Onze laureaten dit jaar hebben elk op unieke wijze bijgedragen aan deze discussie. Hun gezichtspunten zijn controversieel en invloedrijk, ook buiten de grenzen van hun land van herkomst.
Eerst maak ik enkele algemene opmerkingen over het thema Godsdienst en Moderniteit, voordat ik mij richt tot de laureaten persoonlijk.
Godsdienst en Moderniteit enkele algemene waarnemingen
Er bestaat een wijdverbreid inzicht dat godsdiensten over de gehele wereld op dit ogenblik, tragischerwijze, zeer vaak een bron van moorddadig geweld zijn tegenover mensen van andere godsdienstige achtergrond. In tal van landen wordt godsdienstige autoriteit gebruikt als rechtvaardiging van het aanzetten tot gewelddadige, dikwijls etnische, uitbarstingen en moorddadige conflicten.
In de laatste decennia kan men bijvoorbeeld wijzen op de godsdienstige rechtvaardiging die aangeroepen wordt voor volkerenmoord in Sudan, etnische zuivering in Servië en Bosnië, op godsdienst gebaseerde burgeroorlog in India, Pakistan en Noord-Ierland, en het aanhoudende conflict tussen moslims en joden in het Midden-Oosten.
Extremisten van christelijke, joodse of islamitische achtergrond kunnen verwoesting aanrichten over de gehele wereld, allen met hun eigen God aan hun zijde. Ongeacht of de inzet olie is, woongebied, macht of water: dikwijls zoekt men legitimering van zijn gedrag in godsdienstig geloof als de ultieme bron van waarheid, en de uitdrukking van wat beschouwd wordt als iemands culturele identiteit.
Maar laten we niet de fout begaan om alleen de radicale en extremistische kanten van de verschillende godsdienstige tradities als ons referentiekader te nemen. Uit de geschiedenis wordt duidelijk dat voor vele toegewijde gelovigen, godsdienst ook een bron van inspiratie is en troost, een bron van rechtvaardigheid, sociale verantwoordelijkheid en liefde. Hoe kunnen we bereiken dat deugden als tolerantie en begrip voor de ander de overhand krijgen in onze poging om de wereld vreedzamer te maken? Hoe kunnen we bewerkstelligen dat godsdienst meer wordt ingezet als een instrument voor vreedzame sociale verandering en modernisering, dan als een ideologie die de mensheid verdeelt?
Om de relevantie en actualiteit te illustreren kon ik het niet laten om hier een citaat in te voegen van een onverwachte bron, Pervez Musharraf, President van Pakistan, gepubliceerd in juni dit jaar (Musharraf, 2004):
'Ik zeg tegen mijn moslimbroeders: de tijd voor een renaissance is gekomen. De weg vooruit gaat via de verlichting. Wij moeten ons toeleggen op de ontwikkeling van het menselijk potentieel door armoede te verlichten en door onderwijs, gezondheidszorg en sociale gerechtigheid. Als dat onze koers is, dan kan die niet worden gerealiseerd door confrontatie. Wij moeten door middel van een gematigde, verzoenende aanpak de strijd aanbinden met de wijdverbreide opvatting dat de islam een militante religie is, onverenigbaar met modernisering, democratie en secularisme.'
Ongetwijfeld zullen velen deze mening delen. Of de weg vooruit uitsluitend via de verlichting zal gaan, blijft nog de vraag.
In West-Europa leidt het publieke debat over Moderniteit tot zelf-reflectie, en de Westerse Verlichting, die algemeen beschouwd wordt als de wieg van de moderniteit, verdient het om nog eens kritisch onderzocht te worden. We zijn nog maar pas begonnen ons te realiseren dat moderniseringsprocessen misschien niet altijd de koers volgen van modellen die in het Westen zijn ontwikkeld.
Dit is dus het soort debat dat onze Stichting wil stimuleren. Ik ga door met enkele opmerkingen over de islam en de connectie met ons thema Godsdienst en Moderniteit.
Godsdienst en Moderniteit - islam
De islam maakt deel uit van Europa en haar culturele erfenis, ook al heeft die zijn grootste verspreiding in andere delen van de wereld. Er zijn vele Europeanen tegenwoordig, bijvoorbeeld Turken en Bosniërs, die om goede redenen hun identiteit zouden omschrijven als zowel Europees als moslim. Er ontwikkelt zich een nieuwe vorm van een Europese islam. Met het oog op mondiale ontwikkelingen op politiek en sociaal gebied, zijn de discussies over islam en Moderniteit zeker van groot belang voor ons. Ook Erasmus zou het hiermee eens zijn geweest.
Onze lauraten vandaag zijn eminente, onafhankelijke denkers: zij hebben kritische, goed-beargumenteerde visies op politieke en culturele ontwikkelingen in het Midden-Oosten evenals in het Westen. Zij zijn bereid hun opponenten in het openbaar debat tegemoet te treden; zij hebben de grote moed getoond hun waarden van vrijheid van meningsuiting hoog te houden. Het zijn ondogmatische denkers die hun mening openbaar geuit hebben, ondanks het feit dat zij daarmee riskeerden hun baan en veiligheid te verliezen. Door hen de Erasmusprijs van dit jaar toe te kennen, hopen wij te bewerkstelligen dat hun stem in nog bredere kring gehoord wordt.
Ik wil graag benadrukken dat deze samengevatte lofprijzingen voor hen allen niet impliceert dat alle drie de laureaten strijders zijn in dezelfde strijd. Zij maken deel uit van verschillende tradities en houden er verschillende opvattingen op na. Zij schrijven over verschillende dingen en voor een verschillend publiek. Wat zij delen is charisma, moed en optimisme, en - met ingang van vandaag - de Erasmusprijs.
********
Dat gezegd hebbend, richt ik mij nu tot de laureaten persoonlijk. Dat doe ik in alfabetische volgorde, te beginnen met professor Sadik al-Azm.
Sadik al-Azm
De 'Voltaire van de Arabische wereld', de 'ketter van Damascus' - dit zijn enkele van de etiketten die gebruikt worden als karakteristiek voor de Syrische filosoof, cultuurhistoricus en mensenrechtenactivist Sadik al-Azm. Deze benamingen geven al aan welke geesteshouding typerend is voor deze Arabische intellectueel. Reeds enige decennia geldt Sadik al-Azm, emeritus professor moderne Europese filosofie, als een van de meest prominente intellectuelen in de Arabische wereld. Vanaf het begin van zijn academische loopbaan is deze seculiere denker niet teruggeschrokken van het intellectuele en politieke debat over zaken als de rol van de Arabische wereld, inhoud en betekenis van de islam, en de verhouding tussen Arabische en christelijke cultuur. Al-Azm combineert een brede, academische geleerdheid aan de vaardigheid om duidelijk stelling te nemen in het openbare debat. Ideeën en waarden uit westerse, humanistische en verlichte tradities vormen een belangrijke bron van inspiratie voor hem. Zijn proefschrift was gewijd aan een van de belangrijkste persoonlijkheden van de Verlichting, Immanuel Kant.
Een van Al-Azm's eerste belangrijke bijdragen aan het debat over godsdienstig denken was zijn boek 'Zelf-kritiek na de nederlaag' waarin hij een scherpe analyse maakte van de factoren die hadden geleid tot de Arabische nederlaag in de oorlog van 1967 tegen Israel, zulke factoren als het onkritisch vasthouden aan tradities en godsdienstige gebruiken, een gebrek aan begrip voor de positie van het individu en een neiging tot fatalisme. Volgens sommigen heeft zijn analyse van toen aan waarde nog niet ingeboet. Zijn publicaties getuigen ervan dat de auteur kritische stellingen durft in te nemen, zonder dat hij zich iets gelegen laat liggen aan politieke en intellectuele taboos. Dit werd later ook duidelijk in de Rushdie affaire, waarin hij de auteur van De duivelsverzen verdedigde.
Interessant is dat Al-Azm islamitisch fundamentalisme vergelijkt met uitdrukkingen van fundamentalisme in het christendom. Hij beschouwt extremistisch geweld als de laatste stuiptrekkingen van een mentaliteit die zich realiseert dat zijn laatste uur geslagen heeft, eerder dan als aanzetten tot een nieuwe beweging of een nieuw tijdperk. Volgens Al-Azm zal de moderniteit dezelfde effecten hebben op islam als die had op het christendom in Europa: godsdienst zal verdreven worden uit het publieke domein en eindigen als een persoonlijke aangelegenheid. De vergelijkende benadering, waarmee hij de Europese cultuurgeschiedenis vergelijkt met die van de Arabische wereld, met een voltairiaanse ironie, met een scherpe geest, en schijnbaar zonder moeite, dat alles maakt hem tot een zeer interessant denker. Wij hopen dat meer van zijn werk in Europese talen beschikbaar zal komen.
********
Ik richt me nu tot professor Fatema Mernissi.
Fatema Mernissi
In het debat over modernisering in Islamitische samenlevingen neemt de Marokkaanse auteur en sociologe Fatema Mernissi een prominente plaats in. Zij heeft zich bijzonder ervoor ingespannen om de leefomstandigheden te bestuderen van Moslim vrouwen en hun visie op de wereld te verklaren. Zij vindt dit van belang zowel voor henzelf als voor de buitenwereld, die zij te eenzijdig doordrenkt acht van het mannelijk discours.
Door publicatie van interviews met en studies van Marokkaanse vrouwen in verschillende maatschappelijke posities - gepubliceerd in vele talen en landen - heeft zij de stem laten horen van wat zij beschouwt als de onderdrukte en gediscrimineerde helft van de bevolking. Door te schrijven in een toegankelijke, beeldende stijl, heeft Fatema Mernissi een zeer breed publiek bereikt en is een rolmodel geworden voor jongere generaties. Zij bepleit dat vrouwen een volledige rol spelen in het publieke domein. Dankzij haar grondige bekendheid met westerse culturen is zij ook in staat vergelijkingen te treffen met westerse visies op de vrouw en kritische vagen te stellen bij de westerse gevoelens van superioriteit. Mernissi benadrukt dat ook in het Westen vrouwen gemanipuleerd en geëxploiteerd worden, omdat het vrouwelijk lichaam dikwijls gebruikt wordt als gecommercialiseerd sex object.
Al in haar eerste boeken pleit zij met nadruk voor emancipatie van de vrouw. Haar boeken, die voor het grootste deel eerst zijn verschenen in het Engels of Frans, en vervolgens in vele andere vertalingen, zijn zeer wijd verspreid, in het bijzonder ook in islamitische landen. De bijzondere verdienste van Mernissi is dat zij op systematische wijze vormen van onderdrukking van moslim vrouwen heeft bestudeerd, en wel van binnenuit het instituut van de Harem, en deze resultaten ter discussie heeft gesteld. Haar etnografische beschrijvingen zijn uitzonderlijk en van de grootste waarde, aangezien de Harem die zij beschrijft niet meer bestaat in het Marokko van nu. In het midden van de negentiger jaren verbreedde Mernissi haar werk tot de invloed van satelliet en internet op de samenleving. Door een steeds groter wordend internationaal netwerk, getiteld 'Caravane civique', geeft zij stem en macht aan een brede groep van kunstenaars, activisten, intellectuelen en ongeletterden uit afgelegen streken van Marokko, met als doel het versterken van 'civil society'. Als hoogleraar sociologie in Rabat, invloedrijk docent en auteur, heeft zij veel bijgedragen aan de bewustwording van het soort spanningen die nu eenmaal gepaard gaan met modernisering. Zij is een rolmodel geworden voor de moderne Marokkaanse vrouw, die open staat voor de waarden van emancipatie en vertrouwen heeft in haar identiteit.
********
Ik richt mij nu tot onze derde laureaat, professor Abdulkarim Soroush.
Abdulkarim Soroush
Een van de bekendste hervormers in Iran is de befaamde religieuze intellectueel Abdulkarim Soroush, in eigen land zowel populair als omstreden. Hij probeert inzichten vanuit de westerse filosofie en sociale wetenschappen te combineren met een tolerante perceptie van het islamitisch geloof. Alhoewel hij soms betiteld wordt als de 'Luther van de islam', lijkt de titel 'Erasmus van de islam' een passender benaming, aangezien Erasmus besloot, anders dan Luther, om niet met de kerk te breken. Wie de toestand van na de Islamitische Revolutie in Iran van 1979 beziet, moet wel onder de indruk zijn van Soroush' weloverwogen en moedige gedachten om islam te verzoenen met moderne ideeën over mensenrechten en democratie.
Soroush is een veelzijdig geleerde op verschillende terreinen, zoals farmacologie, geschiedenis en filosofie van de wetenschap. Hij ontwikkelde een grondige kennis op het gebied van Koran interpretatie en Perzische poëzie. Zijn belangrijkste werk probeert een nieuwe interpretatie te geven van de shari'a in het licht van nieuwe inzichten op het gebied van jurisprudentie, hermeneutiek en kennissociologie. Wij hopen dat meer van zijn werk vertaald zal worden in westerse talen.
Karakteristiek voor het denken van Soroush is een visie waarin hij probeert de drie culturen van Iran met elkaar te verzoenen: de nationale traditie, die teruggaat tot tijden van voor de introductie van de islam in de achtste eeuw, het islamitische geloof, en het westerse gedachtengoed. Alle drie maken deel uit van het erfgoed van het hedendaagse Iran, volgens Soroush, die stelling neemt tegen het idee van een pure cultuur, vrij van buitenlandse invloeden. Wie volgens die argumentatie denkt, moet om te beginnen de islam verwerpen omdat die van buiten Iran kwam. In zijn visie kan niets aanspraak maken op een vanzelfsprekende toewijding, alleen omdat het tot stand kwam op eigen grondgebied, en geen van de culturen die de rijkdom van Iran uitmaken moet toegestaan worden te domineren: noch de nationalisten, die alle Arabische invloed willen uitbannen, noch zij die blind het Westen willen imiteren, noch de ongeschoolde volgelingen van de islam.
In hun confrontatie met de westerse beschaving houden vele moslims vast aan islam als een identiteit die anderen uitsluit, volgens Soroush. Soroush probeert een link te smeden tussen verschillende begrippen uit de sociale wetenschappen, die in het post-revolutionaire Iran veroordeeld waren als westerse corruptie, en zijn denken over de islam.
Dit klinkt allemaal vergelijkbaar met de programma's van hervormingsgezinde denkers binnen andere godsdiensten, waar een historische interpretatie van overgeleverde tradities met hermeneutische methoden het beginpunt betekent van een moderniseringsproces. Binnen de islamitische traditie gaat Soroush zo ver als mogelijk met het verzoenen van godsdienst en democratie: 'Het hart van een godsdienstige samenleving ligt in een vrij-gekozen geloof; het ligt niet in geweld en aanpassing.'
********
Mag ik nu de drie laureaten vragen naar voren te treden om de versierselen van de Erasmusprijs in ontvangst te nemen.

Laudatio
Laudatio Erasmusprijs 2004, op 4 november 2004 uitgesproken door Dr A.H.G. Rinnooy Kan uit naam van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum.
Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,
Volgens de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum wordt de Erasmusprijs verleend aan individuen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van de humaniora, sociale wetenschappen en de kunsten. De regent van onze organisatie - ZKH Prins Bernhard van de Nederlanden - heeft de beslissing van het bestuur van de Stichting om de prijs dit jaar toe te kennen aan prof. Sadik al-Azm (Syrië), prof. Fatema Mernissi (Marokko) en prof. Abdulkarim Soroush (Iran) bekrachtigd. Zij delen de prijs als blijk van waardering voor hun bijdragen aan het maatschappelijke en academische debat over het thema Godsdienst en Moderniteit. Het is mij een genoegen om de drie laureaten hier toe te spreken, uit naam van onze Regent ZKH Prins Bernhard.
Godsdienst en Moderniteit is het thema dat gekozen is voor de Erasmusprijs 2004. In het debat wordt de vraag opgeworpen wat de positie is van godsdienst met betrekking tot moderniseringsprocesen in de samenleving. Onze laureaten dit jaar hebben elk op unieke wijze bijgedragen aan deze discussie. Hun gezichtspunten zijn controversieel en invloedrijk, ook buiten de grenzen van hun land van herkomst.
Eerst maak ik enkele algemene opmerkingen over het thema Godsdienst en Moderniteit, voordat ik mij richt tot de laureaten persoonlijk.
Godsdienst en Moderniteit enkele algemene waarnemingen
Er bestaat een wijdverbreid inzicht dat godsdiensten over de gehele wereld op dit ogenblik, tragischerwijze, zeer vaak een bron van moorddadig geweld zijn tegenover mensen van andere godsdienstige achtergrond. In tal van landen wordt godsdienstige autoriteit gebruikt als rechtvaardiging van het aanzetten tot gewelddadige, dikwijls etnische, uitbarstingen en moorddadige conflicten.
In de laatste decennia kan men bijvoorbeeld wijzen op de godsdienstige rechtvaardiging die aangeroepen wordt voor volkerenmoord in Sudan, etnische zuivering in Servië en Bosnië, op godsdienst gebaseerde burgeroorlog in India, Pakistan en Noord-Ierland, en het aanhoudende conflict tussen moslims en joden in het Midden-Oosten.
Extremisten van christelijke, joodse of islamitische achtergrond kunnen verwoesting aanrichten over de gehele wereld, allen met hun eigen God aan hun zijde. Ongeacht of de inzet olie is, woongebied, macht of water: dikwijls zoekt men legitimering van zijn gedrag in godsdienstig geloof als de ultieme bron van waarheid, en de uitdrukking van wat beschouwd wordt als iemands culturele identiteit.
Maar laten we niet de fout begaan om alleen de radicale en extremistische kanten van de verschillende godsdienstige tradities als ons referentiekader te nemen. Uit de geschiedenis wordt duidelijk dat voor vele toegewijde gelovigen, godsdienst ook een bron van inspiratie is en troost, een bron van rechtvaardigheid, sociale verantwoordelijkheid en liefde. Hoe kunnen we bereiken dat deugden als tolerantie en begrip voor de ander de overhand krijgen in onze poging om de wereld vreedzamer te maken? Hoe kunnen we bewerkstelligen dat godsdienst meer wordt ingezet als een instrument voor vreedzame sociale verandering en modernisering, dan als een ideologie die de mensheid verdeelt?
Om de relevantie en actualiteit te illustreren kon ik het niet laten om hier een citaat in te voegen van een onverwachte bron, Pervez Musharraf, President van Pakistan, gepubliceerd in juni dit jaar (Musharraf, 2004):
'Ik zeg tegen mijn moslimbroeders: de tijd voor een renaissance is gekomen. De weg vooruit gaat via de verlichting. Wij moeten ons toeleggen op de ontwikkeling van het menselijk potentieel door armoede te verlichten en door onderwijs, gezondheidszorg en sociale gerechtigheid. Als dat onze koers is, dan kan die niet worden gerealiseerd door confrontatie. Wij moeten door middel van een gematigde, verzoenende aanpak de strijd aanbinden met de wijdverbreide opvatting dat de islam een militante religie is, onverenigbaar met modernisering, democratie en secularisme.'
Ongetwijfeld zullen velen deze mening delen. Of de weg vooruit uitsluitend via de verlichting zal gaan, blijft nog de vraag.
In West-Europa leidt het publieke debat over Moderniteit tot zelf-reflectie, en de Westerse Verlichting, die algemeen beschouwd wordt als de wieg van de moderniteit, verdient het om nog eens kritisch onderzocht te worden. We zijn nog maar pas begonnen ons te realiseren dat moderniseringsprocessen misschien niet altijd de koers volgen van modellen die in het Westen zijn ontwikkeld.
Dit is dus het soort debat dat onze Stichting wil stimuleren. Ik ga door met enkele opmerkingen over de islam en de connectie met ons thema Godsdienst en Moderniteit.
Godsdienst en Moderniteit - islam
De islam maakt deel uit van Europa en haar culturele erfenis, ook al heeft die zijn grootste verspreiding in andere delen van de wereld. Er zijn vele Europeanen tegenwoordig, bijvoorbeeld Turken en Bosniërs, die om goede redenen hun identiteit zouden omschrijven als zowel Europees als moslim. Er ontwikkelt zich een nieuwe vorm van een Europese islam. Met het oog op mondiale ontwikkelingen op politiek en sociaal gebied, zijn de discussies over islam en Moderniteit zeker van groot belang voor ons. Ook Erasmus zou het hiermee eens zijn geweest.
Onze lauraten vandaag zijn eminente, onafhankelijke denkers: zij hebben kritische, goed-beargumenteerde visies op politieke en culturele ontwikkelingen in het Midden-Oosten evenals in het Westen. Zij zijn bereid hun opponenten in het openbaar debat tegemoet te treden; zij hebben de grote moed getoond hun waarden van vrijheid van meningsuiting hoog te houden. Het zijn ondogmatische denkers die hun mening openbaar geuit hebben, ondanks het feit dat zij daarmee riskeerden hun baan en veiligheid te verliezen. Door hen de Erasmusprijs van dit jaar toe te kennen, hopen wij te bewerkstelligen dat hun stem in nog bredere kring gehoord wordt.
Ik wil graag benadrukken dat deze samengevatte lofprijzingen voor hen allen niet impliceert dat alle drie de laureaten strijders zijn in dezelfde strijd. Zij maken deel uit van verschillende tradities en houden er verschillende opvattingen op na. Zij schrijven over verschillende dingen en voor een verschillend publiek. Wat zij delen is charisma, moed en optimisme, en - met ingang van vandaag - de Erasmusprijs.
********
Dat gezegd hebbend, richt ik mij nu tot de laureaten persoonlijk. Dat doe ik in alfabetische volgorde, te beginnen met professor Sadik al-Azm.
Sadik al-Azm
De 'Voltaire van de Arabische wereld', de 'ketter van Damascus' - dit zijn enkele van de etiketten die gebruikt worden als karakteristiek voor de Syrische filosoof, cultuurhistoricus en mensenrechtenactivist Sadik al-Azm. Deze benamingen geven al aan welke geesteshouding typerend is voor deze Arabische intellectueel. Reeds enige decennia geldt Sadik al-Azm, emeritus professor moderne Europese filosofie, als een van de meest prominente intellectuelen in de Arabische wereld. Vanaf het begin van zijn academische loopbaan is deze seculiere denker niet teruggeschrokken van het intellectuele en politieke debat over zaken als de rol van de Arabische wereld, inhoud en betekenis van de islam, en de verhouding tussen Arabische en christelijke cultuur. Al-Azm combineert een brede, academische geleerdheid aan de vaardigheid om duidelijk stelling te nemen in het openbare debat. Ideeën en waarden uit westerse, humanistische en verlichte tradities vormen een belangrijke bron van inspiratie voor hem. Zijn proefschrift was gewijd aan een van de belangrijkste persoonlijkheden van de Verlichting, Immanuel Kant.
Een van Al-Azm's eerste belangrijke bijdragen aan het debat over godsdienstig denken was zijn boek 'Zelf-kritiek na de nederlaag' waarin hij een scherpe analyse maakte van de factoren die hadden geleid tot de Arabische nederlaag in de oorlog van 1967 tegen Israel, zulke factoren als het onkritisch vasthouden aan tradities en godsdienstige gebruiken, een gebrek aan begrip voor de positie van het individu en een neiging tot fatalisme. Volgens sommigen heeft zijn analyse van toen aan waarde nog niet ingeboet. Zijn publicaties getuigen ervan dat de auteur kritische stellingen durft in te nemen, zonder dat hij zich iets gelegen laat liggen aan politieke en intellectuele taboos. Dit werd later ook duidelijk in de Rushdie affaire, waarin hij de auteur van De duivelsverzen verdedigde.
Interessant is dat Al-Azm islamitisch fundamentalisme vergelijkt met uitdrukkingen van fundamentalisme in het christendom. Hij beschouwt extremistisch geweld als de laatste stuiptrekkingen van een mentaliteit die zich realiseert dat zijn laatste uur geslagen heeft, eerder dan als aanzetten tot een nieuwe beweging of een nieuw tijdperk. Volgens Al-Azm zal de moderniteit dezelfde effecten hebben op islam als die had op het christendom in Europa: godsdienst zal verdreven worden uit het publieke domein en eindigen als een persoonlijke aangelegenheid. De vergelijkende benadering, waarmee hij de Europese cultuurgeschiedenis vergelijkt met die van de Arabische wereld, met een voltairiaanse ironie, met een scherpe geest, en schijnbaar zonder moeite, dat alles maakt hem tot een zeer interessant denker. Wij hopen dat meer van zijn werk in Europese talen beschikbaar zal komen.
********
Ik richt me nu tot professor Fatema Mernissi.
Fatema Mernissi
In het debat over modernisering in Islamitische samenlevingen neemt de Marokkaanse auteur en sociologe Fatema Mernissi een prominente plaats in. Zij heeft zich bijzonder ervoor ingespannen om de leefomstandigheden te bestuderen van Moslim vrouwen en hun visie op de wereld te verklaren. Zij vindt dit van belang zowel voor henzelf als voor de buitenwereld, die zij te eenzijdig doordrenkt acht van het mannelijk discours.
Door publicatie van interviews met en studies van Marokkaanse vrouwen in verschillende maatschappelijke posities - gepubliceerd in vele talen en landen - heeft zij de stem laten horen van wat zij beschouwt als de onderdrukte en gediscrimineerde helft van de bevolking. Door te schrijven in een toegankelijke, beeldende stijl, heeft Fatema Mernissi een zeer breed publiek bereikt en is een rolmodel geworden voor jongere generaties. Zij bepleit dat vrouwen een volledige rol spelen in het publieke domein. Dankzij haar grondige bekendheid met westerse culturen is zij ook in staat vergelijkingen te treffen met westerse visies op de vrouw en kritische vagen te stellen bij de westerse gevoelens van superioriteit. Mernissi benadrukt dat ook in het Westen vrouwen gemanipuleerd en geëxploiteerd worden, omdat het vrouwelijk lichaam dikwijls gebruikt wordt als gecommercialiseerd sex object.
Al in haar eerste boeken pleit zij met nadruk voor emancipatie van de vrouw. Haar boeken, die voor het grootste deel eerst zijn verschenen in het Engels of Frans, en vervolgens in vele andere vertalingen, zijn zeer wijd verspreid, in het bijzonder ook in islamitische landen. De bijzondere verdienste van Mernissi is dat zij op systematische wijze vormen van onderdrukking van moslim vrouwen heeft bestudeerd, en wel van binnenuit het instituut van de Harem, en deze resultaten ter discussie heeft gesteld. Haar etnografische beschrijvingen zijn uitzonderlijk en van de grootste waarde, aangezien de Harem die zij beschrijft niet meer bestaat in het Marokko van nu. In het midden van de negentiger jaren verbreedde Mernissi haar werk tot de invloed van satelliet en internet op de samenleving. Door een steeds groter wordend internationaal netwerk, getiteld 'Caravane civique', geeft zij stem en macht aan een brede groep van kunstenaars, activisten, intellectuelen en ongeletterden uit afgelegen streken van Marokko, met als doel het versterken van 'civil society'. Als hoogleraar sociologie in Rabat, invloedrijk docent en auteur, heeft zij veel bijgedragen aan de bewustwording van het soort spanningen die nu eenmaal gepaard gaan met modernisering. Zij is een rolmodel geworden voor de moderne Marokkaanse vrouw, die open staat voor de waarden van emancipatie en vertrouwen heeft in haar identiteit.
********
Ik richt mij nu tot onze derde laureaat, professor Abdulkarim Soroush.
Abdulkarim Soroush
Een van de bekendste hervormers in Iran is de befaamde religieuze intellectueel Abdulkarim Soroush, in eigen land zowel populair als omstreden. Hij probeert inzichten vanuit de westerse filosofie en sociale wetenschappen te combineren met een tolerante perceptie van het islamitisch geloof. Alhoewel hij soms betiteld wordt als de 'Luther van de islam', lijkt de titel 'Erasmus van de islam' een passender benaming, aangezien Erasmus besloot, anders dan Luther, om niet met de kerk te breken. Wie de toestand van na de Islamitische Revolutie in Iran van 1979 beziet, moet wel onder de indruk zijn van Soroush' weloverwogen en moedige gedachten om islam te verzoenen met moderne ideeën over mensenrechten en democratie.
Soroush is een veelzijdig geleerde op verschillende terreinen, zoals farmacologie, geschiedenis en filosofie van de wetenschap. Hij ontwikkelde een grondige kennis op het gebied van Koran interpretatie en Perzische poëzie. Zijn belangrijkste werk probeert een nieuwe interpretatie te geven van de shari'a in het licht van nieuwe inzichten op het gebied van jurisprudentie, hermeneutiek en kennissociologie. Wij hopen dat meer van zijn werk vertaald zal worden in westerse talen.
Karakteristiek voor het denken van Soroush is een visie waarin hij probeert de drie culturen van Iran met elkaar te verzoenen: de nationale traditie, die teruggaat tot tijden van voor de introductie van de islam in de achtste eeuw, het islamitische geloof, en het westerse gedachtengoed. Alle drie maken deel uit van het erfgoed van het hedendaagse Iran, volgens Soroush, die stelling neemt tegen het idee van een pure cultuur, vrij van buitenlandse invloeden. Wie volgens die argumentatie denkt, moet om te beginnen de islam verwerpen omdat die van buiten Iran kwam. In zijn visie kan niets aanspraak maken op een vanzelfsprekende toewijding, alleen omdat het tot stand kwam op eigen grondgebied, en geen van de culturen die de rijkdom van Iran uitmaken moet toegestaan worden te domineren: noch de nationalisten, die alle Arabische invloed willen uitbannen, noch zij die blind het Westen willen imiteren, noch de ongeschoolde volgelingen van de islam.
In hun confrontatie met de westerse beschaving houden vele moslims vast aan islam als een identiteit die anderen uitsluit, volgens Soroush. Soroush probeert een link te smeden tussen verschillende begrippen uit de sociale wetenschappen, die in het post-revolutionaire Iran veroordeeld waren als westerse corruptie, en zijn denken over de islam.
Dit klinkt allemaal vergelijkbaar met de programma's van hervormingsgezinde denkers binnen andere godsdiensten, waar een historische interpretatie van overgeleverde tradities met hermeneutische methoden het beginpunt betekent van een moderniseringsproces. Binnen de islamitische traditie gaat Soroush zo ver als mogelijk met het verzoenen van godsdienst en democratie: 'Het hart van een godsdienstige samenleving ligt in een vrij-gekozen geloof; het ligt niet in geweld en aanpassing.'
********
Mag ik nu de drie laureaten vragen naar voren te treden om de versierselen van de Erasmusprijs in ontvangst te nemen.

Referenties
Ceric, M., 2004. Judaism, Christianity, Islam: Hope or Fear of Our Times. pp. 43-56 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.
Goody, J., 2004. Islam in Europe. Polity, Blackwell Publishing, Oxford.
Greenberg, I., 2004. Religion as a Force for Reconciliation and Peace: A Jewish Analysis. pp. 88-112 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.
Heft, J.L., 2004. Introduction: Religious Sources for Social Transformation in Judaism, Christianity and Islam. pp. 1-14 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.
Musharraf, P., 2004. Verlichte Gematigdheid kan de wereld redden. NRC Handelsblad, 2 juni, p. 7.

Dankwoord door Sadik Al-Azm
Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, vrienden, collega's en familie, dames en heren,
Het is voor mij werkelijk een grote eer en een intens genoegen om hier te staan, en mijn dank en waardering tot uitdrukking te brengen voor deze hoge onderscheiding die mij is toegekend. De eer wordt zelfs groter, in de eerste plaats, omdat hij afkomstig is van zo'n vooraanstaande Europese culturele instelling in Nederland die zijn inspiratie en naam ontleent aan de geest, het gedachtegoed en het werk van de bekendste Nederlandse humanist, geleerde, satiricus, criticus en kosmopoliet uit de Renaissance, Desiderius Erasmus; en in de tweede plaats, omdat ik hem deel met zulke eminente collega's, invloedrijke bekende intellectuelen en dappere critici als Fatima Mernissi en Abdulkarim Soroush. Het is bijzonder belangrijk en geheel passend in deze context, dat wij de naam en het voorbeeld van Erasmus in gedachte roepen. Mijn eigen werk zie ik namelijk als onderdeel, voortzetting en verbreding van die grote traditie van liberale hervorming, vrijzinnige religieuze interpretatie, kritisch zelfonderzoek en zelfreflectie in de Arabische wereld, cultuur en gedachtegoed, die door deskundigen en historici uit Oost en West gezien wordt als een ontwaken, een renaissance, een religieuze hervorming, het liberale experiment, het liberale tijdperk van de Arabische gedachte, en die volgens hen teruggaat tot het begin van de 19de eeuw. Deze traditie verenigde in zichzelf tegelijkertijd een theologisch-juridische moslimhervorming, een literaire intellectuele renaissance, een soort rationele wetenschappelijke verlichting en tevens een politiek-ideologische modernisering. En zoals de Verlichting - dit hoogtepunt van het kritisch denken in gang gezet en gevoed door Erasmus zelf - in Europa zelf scherpe aanvallen heeft moeten doorstaan op zijn principes, methoden en waarden, zo moet de grote traditie van het Arabisch ontwaken zich eveneens sinds enige tijd verdedigen tegen nog hardere aanvallen, vernederingen en afwijzing, die afkomstig zijn van de herlevende krachten van religieus absolutisme, dogmatisme, obscurantisme, scripturalisme en literalisme. Mijn eigen werk beschouw ik zeer zeker als onderdeel van en een bijdrage aan de verdediging tegen deze aanvallen. Want het is de doorlopende dynamiek van deze traditie die met succes zulke vitale thema's als modernisering, hervorming, onafhankelijkheid, vooruitgang, bevrijding, vrijheid, burgerschap, democratie, tolerantie, kritiek en mensenrechten op de agenda gezet heeft van de moderne Arabische geschiedenis, cultuur, gedachtegoed en handelen. Ik zie de erkenning van mijn werk en mijn persoon door de toekenning van de Erasmusprijs als een extra steun en versterking van deze verdediging. Wat betreft het geld dat bij deze prijs hoort, hoop ik mijzelf een jaar vrijaf te kunnen geven om veel werk op dit terrein, dat nu is blijven liggen, af te maken, en bovenal om te proberen de resultaten van mijn werk tot nu toe te overtreffen. Ik eindig met nogmaals mijn dank en mijn trots uit te spreken, dat ik deze prestigieuze Europese en Nederlandse prijs heb ontvangen.

Dankwoord door Abdulkarim Soroush
Het is mij een eer mijn dankbaarheid uit te spreken jegens de Erasmusprijs Stichting die mij deze onderscheiding verleende. Zoals het Arabische spreekwoord zegt: "hij die het schepsel niet dankt, zal de schepper niet danken", en daarom ben ik dankbaar ten opzichte van beiden, de God en de dienaren van God. De Erasmusprijs Stichting gaf mij niet alleen een prijs, maar ook een eretitel, namelijk 'de Erasmus van de Islam'. Een paar jaar geleden gaf een correspondent van de Los Angeles Times mij de titel 'de Luther van de Islam'. Ik sta hier natuurlijk buiten, maar als ik moest kiezen tussen de twee dan zou ik absoluut de voorkeur geven aan 'de Erasmus'. Het humanisme, de tolerantie en, belangrijker nog, de neiging tot anti-sectarisme van Erasmus trekken mij meer dan Luther, die zonder twijfel ook een groot man was in de Europese geschiedenis. Het is mijn vaste overtuiging dat de mensheid vandaag de dag dringend behoefte heeft aan zowel een spirituele interpretatie van de wereld als ook een spirituele emancipatie (zoals Mohammed Iqbal eens zei). Daarom probeer ik met mijn nederige inspanningen de spiritualiteit te bevrijden uit de kooi van de officiële, georganiseerde religies. Voor diegenen die spiritualiteit zoeken binnen een georganiseerde religie kan ik een meer tolerante interpretatie daarvan bieden. Op het terrein van de politieke ethiek herinner ik mijzelf en mijn vrienden altijd aan de akelige kloof tussen rechten en plichten in de moderne samenleving. Te veel nadruk op de rechten heeft in het liberale westen geleid tot een feitelijke verwaarlozing van menselijke plichten en verantwoordelijkheden. Aan de andere kant heeft te grote concentratie op verplichtingen in het oosten de rechten praktisch onzichtbaar gemaakt. Er moet daarom een evenwicht gevonden worden tussen de twee om de 'condition humaine' weer in overeenstemming te brengen met de ideale menselijke waarden. Met het nogmaals uitspreken van mijn dank aan de Erasmusprijs Stichting, wens ik de huidige, de voorgaande en de toekomstige laureaten een oprecht verantwoordelijk leven. God zegene u. Dank u.

Biografie
Sadik J. Al-Azm (emeritus hoogleraar Moderne Europese Filosofie aan de Universiteit van Damascus) werd geboren in Damascus in 1934 als telg van een bekende soennitische familie.
Na een opleiding aan Yale University doceerde hij in 1963 filosofie aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet. Hij beschouwt zichzelf zo niet als een marxistisch, dan toch als een materialistisch denker, die zich praktisch bemoeit met de politieke en sociale omstandigheden waarin hij verkeert.
Al-Azm werd bekend door zijn boek 'Zelfkritiek na de nederlaag' (1968), waarin hij een analyse gaf van de Arabische desillusie na de Zesdaagse oorlog. Behalve publicaties in het Arabisch zijn ook een aantal van Al-Azm's werken in het Engels verschenen. Daarnaast zijn er boeken van zijn hand in het Duits, Nederlands, Engels, Noors en Italiaans op de markt gebracht (Unbehagen in der Moderne. Aufklärung im Islam,1993; Kritiek op godsdienst en wetenschap. Vijf essays over islamitische cultuur, 1996).
Tijdens zijn loopbaan heeft hij, behalve te Damascus en Beiroet, ook gedoceerd te Harvard, Princeton en Hamburg (gastdocentschap 1998). In 1990/91 was hij fellow aan het Wissenschaftskolleg in Berlijn en in 1992-93 verbleef hij als fellow aan het Woodrow Wilson International Center for Scholars in Washington D.C.. Hij gaf lezingen onder andere in Antwerpen en Amsterdam (2003).
Sadik Al-Azm is lid van de Commissie voor de Prijzen van het Prins Claus Fonds.
In mei 2004 ontving hij de Dr.-Leopold-Lucas-Preis van de Evangelisch-Theologische Faculteit van de Universiteit van Tübingen.
Beknopte bibliografie
- Kant's theory of time, New York, Philosophical Library 1967
- The Origins of Kant's Arguments in the Antinomies, Oxford, Clarendon Press 1972
- Whitehead's Notions of Order and Freedom, The Personalist: a quarterly journal of philosophy theology literature 48: 579 (1967)
- An-Nakd adh-dhati ba'da al-hazima, Dar al-Tali'a, Beiroet 1968 (= 'Zelfkritiek na de nederlaag')
- Naqd al-fikr ad-dini, Dar al-Tali'a, Beiroet 1969 (= 'Kritiek op het religieuze denken')
- The Importance of Being Earnest about Salman Rushdie, Die Welt des Islams: internationale Zeitschrift für die Entwicklungsgeschichte des Islams, besonders in der Gegenwart 31:1-49 (1991)
- Unbehagen in der Moderne. Aufklärung im Islam, Frankfurt a/M 1993
- Islamic fundamentalism reconsidered: a critical outline of problems, ideas, approaches, South Asia Bulletin. Comparative Studies of South Asia, Africa and the Middle East XIII: 93-121 (1993); XIV: 73-98 (1994)
- Is Islam Secularizable? In P. Koslowski & P. Schenk (Hrsg.), Jahrbuch für Philosophie des Forschungsinstituts für Philosophie Hannover, 15-24 (1996)
- Kritiek op godsdienst en wetenschap. Vijf essays over islamitische cultuur, Amsterdam 1996
- Dhihnijjat at-tahriem; Salman Rushdie wa-hakiekat al-adab, London/Beiroet 1992
= 'De mentaliteit van het tot taboe verklaren; Salman Rushdie en de waarheid van de literatuur' = Beyond the Tabooing Mentality: Reading the Satanic Verses, Damascus and Beirut 1997
- An Interview, Arab studies quarterly 19: 113-126 (1997)
- Trends in Arab Thought, Journal of Palestine Studies: a quarterly on Palestinian affairs and the Arab-Israeli conflict 27: 68-80 (1998)
- The View from Damascus, New York Review of Books, 15 June 2000
- The View from Damascus continued, New York Review of Books, 10 August 2000

Fatema Mernissi werd geboren in Fez (Marokko) in 1940. Zij studeerde politieke wetenschappen aan de universiteit van Rabat, de Sorbonne en aan de Brandeis University (Massachusetts). Zij publiceerde een tiental boeken over de positie van de vrouw in de snel veranderende moslim gemeenschappen in Marokko. Zelf opgegroeid in de harem van een gegoed zakenman in Fez, heeft zij de mogelijkheid gehad dit instituut van binnenuit te beschrijven. In 1975 publiceerde ze haar eerste grote veldonderzoek: Beyond the Veil: Male-Female Dynamics in Modern Muslim Society. In 1985/87 volgde een herziene versie, waarin zij een uitvoerige en diepgaande beschouwing toevoegde over de maatschappelijke veranderingen sedert haar eerste onderzoek. Reeds in haar eerste boeken pleitte zij nadrukkelijk voor emancipatie van de vrouw. Sindsdien zijn haar werken, waarvan de meeste voor het eerst verschenen in het Engels of Frans, in vele andere talen verschenen en, met name ook in islamitische landen, op grote schaal verspreid. Tijdens de jaren 1980 leidde zij sociologisch onderzoek voor UNESCO, ILO en UNFPA (Population Fund). Hieruit vloeide haar boek met geselecteerde interviews voort: Vrouwen in Marokko aan het woord, 1985. In de jaren '90 stapte zij af van 'vrouwenstudies' en richtte haar aandacht op het bredere thema van 'civil society'.
Fatema Mernissi trad op in vele nationale, pan-Arabische en internationale fora over vrouwen en ontwikkeling in de islamitische wereld. Momenteel is zij docent sociologie aan de Mohammed V Universiteit van Rabat, en onderzoeker aan het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek aldaar.
In mei 2003 ontving zij de Príncipe de Asturias Prijs voor Letteren.
Beknopte bibliografie
- Beyond the Veil: Male-Female Dynamics in Modern Muslim Society, 1975 (rev. 1987); Achter de sluier, 1985 (1994)
- Le Maroc raconté par ses femmes, 1983; Vrouwen in Marokko aan het woord, 1985
- L'amour dans les pays musulmans, 1984
- Femmes du Gharb, 1985
- Le harem politique, 1987; De politieke harem, 1994
- Shahrazad n'est pas marocaine, 1988 (rev. 1992)
- Sultanes oubliées, 1990; Sultanes, 1992
- La Peur-Modernité, 1992; Islam en democratie, 1993
- Women's Rebellion and Islamic Memory, 1993
- Dreams of Trespass. Tales of a Harem Girlhood, 1994; Het verboden dakterras, 1994
- Les Aït-Débrouille, 1997
- Etes-vous vacciné contre le Harem?, 1998
- Scheherazade Goes West, 2001; De Europese Harem, 2001
- As-suluk al-jinsi fi mujtama' Islami taba'i, 1982
- Al-hubb fi hadaratina al-islamiya (Love in our Muslim Civilisation), 1983

Abdulkarim Soroush (ps. van Hossein Dabbagh) werd in 1945 geboren in Teheran. Na een studie farmacologie, ging hij naar Engeland waar hij zich onder meer toelegde op de wetenschapsfilosofie van Popper en Kuhn. In de maanden voor de Islamitische revolutie in Iran speelde Soroush een essentiële rol bij de bijeenkomsten van jonge moslims, tegenstanders van het regime van de Sjah, in de Londense imam-barah. Zijn eerste boek Dialectical Antagonism, een bundeling van zijn lezingen in de imam-barah, verscheen in Iran. Bij het begin van de revolutie in 1979 keerde Soroush terug naar zijn land. In de lente van 1980 werd hij benoemd in de door Khomeini ingestelde Raad voor de Culturele Revolutie. In 1982 verliet hij deze Raad voorgoed en accepteerde daarna geen enkele overheidsbenoeming meer. Hij doceerde islamitische mystiek aan de Universiteit van Teheran en elders, met name Rumi's Mathnawi. In 1990 werd hij lid van de Iraanse Academie van Wetenschappen. Soroush werd echter steeds kritischer over de politieke rol van de Iraanse clerus, en ging zijn eigen weg. Ten gevolge hiervan kreeg hij niet alleen te maken met bedreigingen en censuur, maar verloor hij zijn baan en bescherming. Hij moest in 1996 zijn land verlaten en ging naar Engeland en Canada.
In 1990 stichtte Soroush met een aantal van zijn beste vrienden een maandelijks tijdschrift Kiyan dat snel het meest zichtbare podium werd voor religieus intellectualisme. In dit tijdschrift publiceerde hij zijn meest controversiële artikelen over religieus pluralisme, hermeneutica, tolerantie, clericalisme,enz. Het tijdschrift werd tezamen met vele andere tijdschriften en kranten in 1998 verboden op last van de hoogste leider van de Islamitische Republiek. Ongeveer duizend banden van speeches over verschillende sociale, politieke, religieuze en literaire onderwerpen overal ter wereld gehouden door Soroush, hebben en ruime circulatie in Iran en elders.
Vanaf 2000 is Abdulkarim Soroush gast-hoogleraar geweest aan de Universiteit van Harvard om Islam en Democratie, Koran Studies en Filosofie van de Islamitische wet te doceren. Ook onderzoeker aan de Universiteit van Yale, gaf hij in het voorjaar college in Islamitische Politieke Filosofie aan de Universiteit van Princeton. In het komende academisch jaar is hij gast-onderzoeker aan het Wissenschaftkolleg te Berlijn.
Beknopte bibliografie
- Dialectical Antagonism (in Farsi), Tehran 1978
- Philosophy of History (in Farsi), Tehran 1978
- What is Science, what is Philosophy (in Farsi), 11th ed. Tehran 1992
- The Restless Nature of the Universe (in Farsi and Turkish), reprint Tehran 1980
- Satanic Ideology (in Farsi), 5th ed. Tehran 1994
- Knowledge and Value (in Farsi)
- Observing the Created: Lectures in Ethics and Human Sciences (in Farsi), 3rd ed. Tehran 1994
- The Theoretical Contraction and Expansion of Religion: The Theory of Evolution of Religious Knowledge (in Farsi), 3rd ed. Tehran 1994
- Lectures in the Philosophy of Social Sciences: Hermeneutics in Social Sciences (in Farsi), Tehran 1995
- Sagaciousness, Intellectualism and Pietism (in Farsi), Tehran 1991
- The Characteristic of the Pious: A Commentary on Imam Ali's Lecture About the Pious (in Farsi), 4th ed. Tehran 1996
- The Tale of the Lords of Sagacity (in Farsi), 3rd ed. Tehran 1996
- Wisdom and Livelihood: A Commentary on Imam Ali's Letter to Imam Hasan (in Farsi), 2nd ed. Tehran 1994
- Sturdier than Ideology (in Farsi), Tehran 1994
- The Evolution and Devolution of Religious Knowledge in: Kurzman, Ch. (ed.) Liberal Islam, Oxford 1998
- Political Letters (2 volumes), 1999 (Farsi); 3rd volume in preparation
- Reason, Freedom and Democracy in Islam, Essential writings of Adbolkarim Soroush, translated, edited with a critical introduction by M. Sadri and A. Sadri, Oxford 2000
- Intellectualism and Religious Conviction (in Farsi)
- The World we live (in Farsi and Turkish)
- The Tale of Love and Servitude (in Farsi)
- The definitive edition of Rumi's Mathnavi (in Farsi), 1996
- Tolerance and Governance (in Farsi), 1997
- Straight Paths, An Essay on religious Pluralism (in Farsi), 1998
- Expansion of Prophetic Experience (in Farsi), 1999
- The Divine Ethics (in Farsi), 2001
 |